Hans Demeulenaere of de onmogelijke
schaal van de realiteit (N)


Stef Van Bellingen

--

De ruimte anders ervaren (N)

Experiencing space differently (E)


Julie Rodeyns

--

Friktions (N)


Lieze Eneman

--

Werkperiode van Esther Venrooy en Hans Demeulenaere
in Lokaal 01 (N)


Indra Devriendt

--

Stability is overrated (E)


Edith Doove

 

 

 

 

 

   
   
   
   

Werkperiode van Esther Venrooy en Hans Demeulenaere in Lokaal 01
TUSSEN HOREN, ZIEN EN VOELEN

 

Indra Devriendt
                      
Scherpe tonen trekken meteen de aandacht bij het binnenkomen van Lokaal 01. Een transparante sculptuur sterkt zich wijd en laag bij de grond uit over de presentatieruimte. De sobere lattenconstructies doen denken aan een grondplan. Je kan er voorzichtig in rondlopen en wordt zo een indeling van ruimte gewaar. Eenvoud siert deze constructie. Terwijl ik het werk verken, gaat het geluid door merg en been. Het siddert door heel mijn lichaam. Soms zijn de klanken zo hoog en luid, dat het bijna ondraaglijk wordt. Fascinerend, hoe ingrijpend het op mijn lichaam inwerkt. Verschillende tonen nemen afwisselend de leiding en verplaatsen zich in een golfbeweging door de ruimte. Ze vullen de ruimte en resoneren vanuit de installatie naar boven. De horizontaliteit van het werk speelt erg in op de ruimte. De brede vitrine, de steunbalken voor het dak en de vorm van de presentatieruimte worden in de verf gezet. Ik bekijk de ruimte anders dan voordien.

 

Deze installatie is het resultaat van de werkperiode van Esther Venrooy (°1974) en Hans Demeulenaere (°1974). Venrooy is muzikant en gespecialiseerd in klank en ruimtelijkheid van klank, terwijl Demeulenaere zich toelegt op ruimte en ruimtelijke constructie. Ze ontwikkelen een eigen oeuvre, maar gaan elk ook samenwerkingsverbanden aan met andere kunstenaars. Ondertussen werken Demeulenaere en Venrooy voor de vijfde keer samen. Voordien bouwden ze samen installaties die eerder presentatiegericht waren. Deze werkperiode zien ze als een uitgelezen kans om wat dieper in te gaan op hun werkproces. Aanvankelijk vinden ze een afgewerkt resultaat dan ook bijkomstig, maar uiteindelijk staat er na drie weken een weldoordacht werk.

 

Tijdens deze werkperiode merk ik al gauw dat de samenwerking tussen deze kunstenaars bijzonder is. Beiden stralen ze maturiteit en zelfzekerheid uit over het medium waarin ze zich specialiseerden. Ze hebben elk een eigenzinnige visie over hoe ze de ruimte willen invullen en wat deze biedt om hun werk daarin te laten functioneren. Opmerkelijk voor hun samenwerking is dat ze geen compromissen sluiten, maar trouw blijven aan hun medium. Wel gaan ze op zoek naar kruispunten en mogelijkheden om een gemeenschappelijk kunstwerk te realiseren. En met succes, ze weten beide specialisaties tot een sluitend geheel te vervlechten.


Meer zelfs, visuele en auditieve aspecten zetten elkaar kracht bij, heffen elkaar op een hoger niveau en benadrukken de eigenheid van elk medium. De samenwerking bestaat uit een voortdurende dialoog die getuigt van veel respect voor elkaar. Er heerst een aangename stemming tijdens deze dialoog, die vorm krijgt door een spel van actie en reactie. De ene kunstenaar doet een voorstel of heeft een idee, waarop de andere reageert en omgekeerd. Ze voelen elkaar daarin erg goed aan en hebben een sterke vertrouwensband. Het is fijn om te zien hoe ze elkaar daardoor veel vrijheid geven en er gerust in zijn dat de andere juiste beslissingen neemt. Niet onbelangrijk als je weet, dat ze elkanders medium niet doorgronden. Dat neemt niet weg dat ze kritische gesprekken voeren over hun bijdrage en oprecht hun mening kunnen geven zonder dat de andere zich daaraan stoort. Auteurschap vormt geen discussiepunt. Integendeel, ze zien het als een voordeel om hun specialisaties te verenigen tot één beeldende, architecturale en auditieve installatie.

 

Het is meteen duidelijk dat deze kunstenaars al vele watertjes doorzwommen. Deze boeiende samenwerking ontstond niet van de ene dag op de andere, maar is het gevolg van een intens zoekproces. Uit iedere samenwerking doen ze veel ervaring op en ondertussen weten ze wat ze aan elkaar hebben. Venrooy leert bij over visuele aspecten terwijl Demeulenaere meer inzicht krijgt in het auditieve. Ook in aanpak beïnvloeden ze elkaar. Ondertussen hanteren ze een gelijklopende werkwijze die ze ook nu toepassen. Ze gebruiken de architectuur als vertrekpunt, fotograferen, meten de ruimte op en maken aantekeningen. In een eerste fase voeren ze samen gesprekken over de locatie en gaan ze onafhankelijk op zoek naar de mogelijkheden van de ruimte.

 

Wat Demeulenaere zo intrigeert aan Lokaal 01 zijn de kleine kamers die naast de presentatieruimte liggen. Het zijn toegankelijke of ontoegankelijke en zichtbare of onzichtbare ruimtes met faciliteiten om kunstenaars daar te laten verblijven. Hij brengt deze nevenruimtes zeer nauwkeurig in kaart en tekent een plattegrond. Daarna zet hij de ruimtes over in karton en zoekt naar een interessant gegeven. In eerdere projecten bouwde hij al meermaals een verschuiving van de bestaande ruimte als ontdubbeling of verdubbeling van die ruimte. Nu besluit hij om al de muren van die nevenruimtes naar buiten te klappen. De wanden overlappen elkaar op die manier en vormen horizontale vlakken. Dit zorgt voor een nieuwe en boeiende wending in zijn opvatting van de ruimte. Daar waar hij eerder verticale wanden in de ruimte plaatste, kiest hij nu resoluut voor een horizontale vertaling. Ook de materiaalkeuze en de uitwerking zijn verrassend. Hij bouwt geen massieve, proper afgewerkte wanden, maar herleidt ze hier tot ruwe lattenconstructies. Deze suggestieve presentatie van de wanden oogt licht en fragiel. Opgestapelde houten blokjes stutten de overlappende balken en houden het geheel subtiel in evenwicht. Je ziet herhalingen op verschillende niveaus en een ontwerp dat herinnert aan architecturale vormgeving. Soms refereert Demeulenaere aan wanden door de constructies hier en daar gedeeltelijk met grijze platen op te vullen. Deze vlakken zijn een ideaal aanknopingspunt voor Venrooy. Haar geluidsapparatuur heeft een horizontaal vlak nodig om te kunnen resoneren.

 

Venrooy benut de enorme akoestiek van de presentatieruimte als vertrekpunt. Het is de eerste keer dat ze een geluidsveld creëert, waarbij verschillende geluidsbronnen op eenzelfde niveau staan en het publiek zich daartussen kan bewegen. De klank is hier geen compositie, maar werkt als installatie. Je hoort pure klankbellen aanzwellen en weer verdwijnen. Op de horizontale vlakken van de installatie plaatst ze acht transducers, die door middel van elektrische spanning geluidsgolven doen ontstaan. Elke transducer geeft een andere frequentie weer, die Venrooy berekent door de nevenruimtes op te meten. Zo heeft iedere ruimte een frequentie, een zogenaamde ‘room tone’, waar zij hoge frequenties van afleidt. De transducers laten elk een andere geluidsmodule horen. Deze staan in ‘loop’ en hebben verschillende lengtes. Daardoor voel je het geluid door de ruimte deinen en als velden over elkaar schuiven. Het wonderlijke is dat je de ruimte telkens anders aanvoelt. Er ontstaat zowel een fysieke als een mentale geluidservaring. Het geluid is niet alleen heel lichamelijk, maar het verandert ook bij iedere verplaatsing. Als je stilstaat en je hoofd traag beweegt, hoor je subtiele wijzigingen in het geluid. Het vluchtige en beweeglijke karakter van geluid, zorgt dan weer voor een mentale ervaring. Hoe je ook probeert, de klanken blijven ontastbaar en weten je telkens te ontsnappen. Daarnaast speelt Venrooy met een bijzonder verschijnsel. Doordat de nevenruimtes ongeveer dezelfde grootte hebben, liggen de frequenties dicht bij elkaar en vormen die clusters of geluidswolken. Dat brengt haar op het idee om het principe van ‘ear tones’ toe te passen. Als je twee tonen, waarvan de frequentie dicht bij elkaar ligt vrij luid afspeelt, voegen je hersenen er een derde toon aan toe. Dat geeft een frictie tussen frequenties wat je ervaart als een onverwacht, klapperend effect in je oor. Je ondergaat het als toeschouwer zonder dat je er controle over hebt en dat is juist zo mooi aan geluid.

Bij eerdere samenwerkingsverbanden van Demeulenaere en Venrooy was de referentie naar de oorspronkelijke ruimte noodzakelijk om het werk te begrijpen. Nu zien de kunstenaars de ruimte meer als aanknopingspunt en zoeken naar een installatie die loskomt van de ruimte. Enerzijds slagen ze daar in, doordat de installatie zowel visueel als auditief bekoort zonder dat het zijn oorsprong prijsgeeft. Anderzijds is het een meerwaarde om te weten hoe het werk tot stand kwam. Niet alleen de samenwerking, ook de manier waarop ze van meetbare gegevens vertrekken, de systematische methodiek en de consequente keuzes zijn bewonderenswaardig.
Dit alles leidt tot een levendig en overtuigend resultaat.

 

November 2010