Hans Demeulenaere of de onmogelijke
schaal van de realiteit (N)


Stef Van Bellingen

--

De ruimte anders ervaren (N)

Experiencing space differently (E)


Julie Rodeyns

--

Friktions (N)


Lieze Eneman

--

Werkperiode van Esther Venrooy en Hans Demeulenaere
in Lokaal 01 (N)


Indra Devriendt

--

Stability is overrated (E)


Edith Doove

 

 

 

 

 

   
   
   
   

FR[IK]TIONS
Wrijvingen

 

Lieze Eneman

 

Met de opkomst van de projectkunst in de jaren zestig hebben tal van situatiekunstenaars zich de vraag gesteld wat ruimtes verborgen houden. Door daar in hun werk op in te spelen, ontwikkelde er zich een dialectiek die de basis vormde voor generaties poëtische en destructieve installaties, voor aftastend, fenomenologisch onderzoek enerzijds en radicale kritiek anderzijds.

 

Hans Demeulenaere is een van die kunstenaars die zich hoofdzakelijk met projecten en situaties voeden: elk nieuw project laat hem toe een nieuwe stap te zetten in zijn onderzoek naar ruimte, al dan niet in relatie tot de menselijke waarneming en ervaring. Dit onderzoek uit zich in de installaties, in de ruimtelijke ingrepen en integraties die de artistieke praktijk van Hans Demeulenaere de jongste jaren beheersen.
Het is in de eerste plaats in die werken dat zijn fascinatie voor architectuur zich vertaalt in de reconstructie van de ruimtelijke realiteit. Meer dan een poging om die realiteit onderuit te halen, wil hij met zijn werk de individualiteit van elke ruimte affirmeren.

 

De reconstructies zijn geen letterlijke herhalingen, maar heroverwegingen die een aftasting van de ruimte impliceren. Daarbij spelen transposities, in schaal of materiaal, een belangrijke rol Dit proces begon Demeulenaere inmiddels een tiental jaar geleden te ontwikkelen. Het is omstreeks die tijd dat het werk Kast (2003) ontstond, dat op deze tentoonstelling nadrukkelijk gepresenteerd wordt naast de twee nieuwe werken die de kunstenaar voor stichtingIK realiseerde. Kast markeert het punt waarop de kunstenaar dit reconstructieprocedé begon te hanteren, waarbij hij, door de combinatie van verschillende opnames van eenzelfde stukje realiteit, een artistieke realiteit tot stand brengt die nauwelijks verschilt van de realiteit waaraan de kunstenaar refereert.

Nauwelijks, want er zijn wel degelijk variaties. In zijn installaties voegt Demeulenaere ruimtes samen, verschuift ze en laat ze rond hun as draaien. Op die manier stelt hij eenvoudige, formele vragen: wat gebeurt er met de ruimte wanneer ik een structuur letterlijk herhaal, maar 90 centimeter naar voren schuif? Wat gebeurt er als ik een structuur herhaal, maar die naar een hogere verdieping breng?


Door van gipswanden, houten panelen en balken gebruik te maken, geeft Demeulenaere op beschrijvende wijze aan wat er op die momenten gebeurt, wanneer de ruimte zichzelf reflecteert, spiegelt, verdubbelt en herhaalt. Op die manier doet hij architecturale situaties ontstaan die zich vormen in de interactie tussen de ingreep en de oorspronkelijke situatie die in de nieuwe situatie blijft doorspelen door de transparantie van de installatie.

Het schuiven is gevoelig en licht in gebaar. Hoewel het omwerken van ruimtes vaak heel uitdrukkelijk gebeurt, zijn de installaties van Demeulenaere licht poëtisch en vrij van elke vorm van theatraliteit. Ze worden gekenmerkt door een sec die schril contrasteert met de speelsheid van de video-installaties die hij realiseert. Die speelsheid lijkt vooral bedoeld om de oriëntatie van de bezoeker te verstoren, een toepassing die we veelvuldig terugvinden in de geschiedenis van de videokunst. Zo steunde de video-opname die deel uitmaakte van de installatie No Title but Layers, een project dat Demeulenaere in 2007 samen met Vania Rovisco voor het kunstencentrum BUDA (Kortrijk) realiseerde, duidelijk op principes die al in de jaren zeventig door kunstenaars als Dan Graham en Bruce Nauman werden toegepast, waarmee de verwarring tussen rechtstreekse en onrechtstreekse videobeelden uitgespeeld werd. Demeulenaere verstoorde in die installatie op zijn beurt de waarneming van de bezoeker op een gelijkaardige manier, doordat hij voor de bezoeker verzweeg dat hij op dat ogenblik vooraf gemaakte opnamen van de ruimte waarin hij zich op dat moment bevond, te zien kreeg.

 

De video-installatie die tijdens de tentoonstelling op het IKeiland in de laterale hoekruimte gepresenteerd wordt, bezit diezelfde speelsheid. In dit werk gaat de fascinatie van de kunstenaar uit naar zogenaamde tussenruimtes: die delen van de ruimte die we niet te zien krijgt wanneer we de ruimte vanuit een bepaald punt inkijken.

Opnieuw wordt hier de vraag gesteld wat de ruimte verborgen houdt. Demeulenaere vindt daar bewust een antwoord op in de figuur van de plooi. Door de beide video’s in de hoek te presenteren laat hij toe dat de ruimte zich voor ons oog ontplooit. Daarmee lijkt hij de vouwing van de hoek, het spilpunt van deze ruimte, op te heffen. Daardoor ontstaat er opnieuw een soort middentoestand waarin we gedwongen worden om met de eigen blik te onderhandelen.

In het werk van Hans Demeulenaere vormt zich dus steeds een soort ‘derde toestand’ die zich situeert tussen de bestaande ruimte en de artistieke ingreep die hij in de ruimte realiseert. Dat is ook zo in de totaalinstallatie die hij in het kader van de tentoonstelling in het centrale IKpaviljoen verwezenlijkte.
Dit werk heeft een directe voorloper in de reeks maquettes en installaties die Demeulenaere in 2008 in het kader van het project Playtime realiseerde. In die bijna-conceptuele creaties ontwierp hij een presentatieplatform voor enkele collega-kunstenaars, waarmee hij de waarde en de positie van dat platform problematiseerde. Met de tijdelijke ingreep in het IKpaviljoen herneemt Demeulenaere die vraagstelling.


Het werk is niet alleen structureel op het paviljoen geënt, doordat de balkenconstructie met de fundamenten van het paviljoen versmelt, maar schuift ook betekenisvol heen en weer in relatie tot de schizofrene functie van het paviljoen zelf. Het paviljoen, dat voortkwam uit het sculptuurproject van de kunstenaar Jan van Munster, noopt zelf op een bijzonder dwingende manier tot artistieke samenwerking: elk nieuw werk dat er gerealiseerd wordt, wordt er per definitie met de vormentaal, opzet en aspiraties van Jan van Munster geconfronteerd.

Met zijn installaties realiseerde Hans Demeulenaere twee werken die de architectuur op het IKeiland aaiend aftasten en op bijtende wijze snijden.

Juni 2009